Het woord na de moord - De invloed van de moord op Theo van Gogh op latente waarderingen van "moslims" en "islam" in Nederlandse krantentaal
Date
Authors
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Abstract
De algemene vraag van deze scriptie is hoe maatschappelijke gebeurtenissen het dagelijkse taalgebruik beïnvloeden. Als specifiek voorbeeld werd bestudeerd hoe de moord op Theo van Gogh in 2004 de waarderingen van moslims en de islam in dagelijkse krantentaal heeft beïnvloed. Twee hoofdvragen werden nader onderzocht: (1) Heeft de moord op Van Gogh op korte en lange termijn geleid tot een meer of minder positief taalgebruik over moslims en islam in Nederlandse dagbladen? (2) Welke woorden en onderwerpen karakteriseren de berichtgeving over "moslims" en "islam" vóór en ná de moord? Om het zeer grote materiaal van tienduizenden krantenartikelen te analyseren werd de gecomputeriseerde methode van Latente Semantische Analyse (LSA) toegepast. Waarderingen van "moslims" en "islam" werden beoordeeld op basis van hun nabijheid van positieve en negatieve geladen woorden in de krantenteksten. Het resultaat liet zien dat "moslims" en "islam" (1) in significant meer positieve contexten voorkomen ná de moord dan daarvoor en (2) in veranderde thematische contexten optreden die een overgang aanduidt van associaties met het buitenland naar godsdienst en binnenlandse politiek. Een tentatieve conclusie is dat de gemeenschappelijke talige referentiekaders rond moslims en de islam veranderd zijn als gevolg van de moord. De studie is een eerste poging om LSA te gebruiken voor deze vragen; ten laatste wordt een aantal mogelijke opvolgingsstudies voorgesteld.